COLUMN: Bruine boterhammenbasketbal

Door

Je zag hem denken. Hij had het eigenlijk ook niet moeten doen. Dat subtiele knikje. Vragen om een alley-oop pass te midden van een vlekkeloze fast break. Eerder in de wedstrijd had hij dan wel raak gedunkt, maar nu vloog de bal in het publiek en had hij twee gegarandeerde punten om zeep geholpen. Richard Jefferson krabde zich nog eens achter de oren. Zonde.

Niet dat de San Antonio Spurs zaterdag verloren, natuurlijk. De Memphis Grizzlies werden alsnog in overtime opgerold, waarmee alweer de achtste zegen op rij kon worden bijgeschreven. Maar de manier waarop was weer eens typerend. Coach Popovich houdt niet van alley-oops en posterdunks. Zijn ploeg heeft het bruine boterhammenbasketbal bijkans tot kunstvorm verheven. Teamwerk, verdediging en afstandsschoten. Gortdroog, degelijk en effectief.

Het gevolg is dat Pop’s oude krijgers door commentatoren en fans vaak worden ondergewaardeerd ten opzichte van de sterren uit Boston, LA en Miami. Ze zijn de postzegelverzamelaars op een schoolplein vol pornoboekjes. Brave jongetjes in een league van tatoeages en grote bekken. En veel te oud natuurlijk.

De Grote Drie van de Heat zinspeelden deze zomer, zonder ook maar een wedstrijd samen te hebben gespeeld, patserig over het breken van het onwaarschijnlijke 72-10-record van de Bulls uit ‘96. Met negen verloren wedstrijden is Miami’s missie nu al volkomen kansloos. San Antonio staat daarentegen op 24-3. Doe die stand keer drie en raden waar je op uitkomt… Juist ja.

Gaan ze het halen? Hoogstwaarschijnlijk niet. Verdienen ze meer krediet? You bet ya balls on it. Een ploeg die vier keer kampioen is geworden in de laatste twaalf jaar is altijd een titelkandidaat; al hoor je hun oude botten kraken in de nok van het AT&T Center. En al spelen ze zo voorspelbaar dat het pijn doet.

Want je hoeft de samenvattingen dit seizoen nauwelijks meer te bekijken om te weten hoe de Spurs het gedaan hebben. Tony Parker slalomt een paar keer door de verdediging voor een tear drop shot. Richard Jefferson en Matt – Red Rocket – Bonner schieten met scherp vanachter de driepuntslijn. Jonkie Dejuan Blair zorgt voor wat spierkracht onder het bord. En met een onnavolgbare clownsactie zorgt Manu Ginobili er in de laatste seconden voor dat er met een minimaal verschil gewonnen wordt.

En Duncan? Wie dit seizoen zou beginnen met het volgen van NBA-samenvattingen, zou de beste power forward uit de geschiedenis bijna over het hoofd zien. Wie is toch die krullenbol met die lome Droopy-ogen die voor elke wedstrijd met de bal staat te knuffelen? Zijn speelminuten zijn dan ingekort en zijn acties zijn over het algemeen nog steeds geen highlightfilmpjes waard, maar wacht maar tot eind april. Duncan doet niet aan highlightfilmpjes. Duncan doet aan winnen.

Matthijs Meeuwsen (26) is freelance journalist voor o.a. het Algemeen Dagblad en Nieuwe Revu. Voor SportAmerika geeft hij zijn kijk op zijn andere grote passie: de NBA.

Ook leuk om te lezen